Dertien jaar geleden begon Danny Hartog bij Dolmans als calamiteitenmedewerker en schilder. Inmiddels is hij regiomanager Noordwest bij Dolmans Calamiteiten Diensten en verantwoordelijk voor meerdere vestigingen. Hoe ziet een werkdag eruit als je van de werkvloer bent doorgegroeid naar een regionale managementfunctie? We liepen een dag met hem mee.
07:45 uur – Begin met verbinding
“Mijn werkdag begint meestal rond 07:45 met een online overleg met de andere regiomanagers, onze directeur en operationeel manager. We bespreken wat er de afgelopen nacht aan schades is binnengekomen en hoe de planning er die dag uitziet. Dat overleg is belangrijk omdat we meteen weten waar de drukte zit en waar collega’s ondersteuning nodig hebben.”
08:30 – Starten op de vestiging
“Als ik geen afspraken heb, start ik vaak op één van de vestigingen. Vandaag is dat vestiging Amsterdam. Ik vind het belangrijk om dicht op de operatie te blijven. Alleen dan zie je wat er speelt en kun je goed meedenken met collega’s. In Amsterdam ligt op dit moment bijvoorbeeld veel werk op het gebied van schimmelopdrachten. Dat vraagt om extra aandacht, dus ik ben hier nu wat vaker aanwezig om mee te kijken, bij te springen en overzicht te houden.”
Ochtend – Overleg, telefoon en meewerken
“Gedurende de ochtend ben ik met van alles bezig. Overleg met collega’s, telefoontjes van opdrachtgevers, meedenken over planningen en tussendoor zelf ook nog dossiers oppakken of bijwerken. Het is een mix van organiseren en meewerken. Dat laatste vind ik erg belangrijk. Als het druk is, help ik gewoon mee. Zo voorkom je dat collega’s vastlopen.”
Tussendoor – Schakelen tussen regio en praktijk
“Een deel van mijn werk gaat over het verbeteren van processen en afstemming binnen de regio. Daarbij kun je denken aan hoe we opdrachten verdelen, hoe we samenwerken met verschillende vestigingen en hoe we zorgen dat het werk voor iedereen goed doorloopt. En natuurlijk is geen enkele opdrachtgever hetzelfde. De ene woningcorporatie levert alles strak aan, de ander vraagt juist dat wij zelf nog veel moeten oppakken. Dat vraagt flexibiliteit van iedereen in het team maar tegelijkertijd is dat juist wat het werk zo leuk maakt.”
Van werkvloer naar regiomanager
“Ik ben zelf begonnen op de werkvloer. Daarna ben ik doorgegroeid naar teamleider, projectmanager, vestigingsmanager en uiteindelijk regiomanager. Die ontwikkeling helpt enorm in de rol die ik nu heb. Ik weet hoe het is om in de uitvoering te staan en tegen welke dingen je aanloopt. Daardoor kan ik me goed verplaatsen in collega’s en sneller schakelen als dat nodig is. Het managen heb ik echt in de praktijk geleerd. Met vallen en opstaan, maar juist dat maakt het waardevol.”
Middag – Samen het werk draaiend houden
“Later op de dag ga ik vaak in overleg met collega’s uit het land. We sparren over processen, verbeteringen en hoe we het werk zo goed mogelijk kunnen laten verlopen. Wat ik mooi vind is dat iedereen uiteindelijk hetzelfde wil, alleen de situatie en omstandigheden per regio verschillen. Daar moet je continu op afstemmen.”
Einde van de dag – Altijd in beweging
“Later op de middag pleeg ik de laatste telefoontjes, werk ik mijn mail bij en bespreek ik lopende zaken met mijn collega’s. Omdat elke dag zo verschillend is, is het moeilijk in één dag een goede indruk van mijn werk te geven. Wat mijn werk vooral typeert, is denk ik de afwisseling. Dat is precies waarom ik dit werk nog zo leuk vind. Geen dag is hetzelfde en we doen het echt samen.”
